BLANKE BOMEN (wintergedicht)
Blanke bomen
Als 's winters
de bomen
proza schrijven
hangen hun pennenvruchten
in de lucht.
Brievend
naar de ijsprinses
stampvoeten ze
met hun lange tenen
de harde aardkorst los.
Weldra feest in het bos
als ze rijm per rijm verschijnt
elke stam breekbaar porseleint
zich bewust van geen kwaad
verlegt ze haar grenzen
Een gozer verstopt zich
achter een zilverberk
denkt: straks is ze aan het werk
dan val ik haar aan, intussen
laten de bomen het zover niet komen.
IJspegels zoeven naar beneden
plots schrijft gans het woud poëzie
wie het waagt, hun prinsesje te stelen
vraagt erom het toneel met hen te delen
en de mond van de gescheurde grond hapt.
©De Kimpe Marleen 21 november 2022